De vorige keer bezochten wij het pittoreske Gorssel, dichtbij de Hanzestad Deventer. Nu besloten wij een andere Hanzestad te verkennen: het mooie Zutphen. Nederland kent negen historische Hanzesteden. Deze steden stonden in de 14e tot en met de 16e eeuw bekend als handelssteden en waren deel van het internationale Hanzenetwerk. Hanzesteden zijn door hun rijke handelshistorie en imposante gebouwen ook nu nog interessant om een dagje te bezoeken. 
In de historische binnenstad van Zutphen is het Hof van Heeckeren te vinden, tegenover de in eerste oogopslag misschien nog wel imposantere St. Walburgiskerk. Stap je het hof binnen, dan kom je eerst door een bijzonder entree: een koepel bezet met allerlei schelpen. Het doet niet direct vermoeden dat achter dit koepeltje iets bijzonders verborgen ligt, maar niets blijkt minder waar.: Het Stedelijk Museum Zutphen en het Museum Henriette Polak zijn hier namelijk onder één dak gevestigd. Het Stedelijk Museum is het cultuurhistorische museum van Zutphen en omgeving. Het Museum Henriette Polak presenteert zichzelf als museum voor figuratieve schilder- en beeldhouwkunst uit de twintigste eeuw. Dit museum dankt de naam aan de verzamelaar Henriette Polak-Schwarz, een humanist en de mecenas van het museum. Hoewel beide musea qua insteek van elkaar verschillen, tonen zij beide de schoonheid van Zutphen. Een bezoek aan deze twee musea verrijkt je kennis over de kunst, cultuur en historie van deze mooie Hanzestad en haar rijke historie.

Vaste collectie 

Op de eerste verdieping is de collectie van de in Zutphen geboren Henriette Polak-Schwarz (1893 – 1974) te bewonderen. Het Museum Henriette Polak toont figuratieve moderne schilder- en beeldhouwkunst uit de twintigste eeuw. Figuratief houdt in dat de kunstenaar herkenbare onderwerpen afbeeldt. Op schilderijen zie je alledaagse vrijetijdsactiviteiten, landschappen en portretten van gewone mensen. Het verzamelen van figuratieve kunst was in de jaren zeventig, toen conceptuele- en abstracte kunst de norm waren, opmerkelijk. Conceptuele en abstracte kunst laat voorstellingen los en stelt het concept en de gedachte van de kunstenaar centraal. Vaak is dit kunst die niet voor zich spreekt, maar wat extra uitleg nodig heeft. Conceptuele en abstracte kunst kwam vooral op na de Tweede Wereldoorlog. Kunstenaars wilden weg van de figuratieve kunst. Die was namelijk door de nazi’s gebruikt als enige ware kunstuiting. Figuratieve kunst werd in de tijd van Polak dus nog geassocieerd met het fascisme en werd gezien als ‘outdated’. Kunstenaars wilden vernieuwen en daarom was figuratieve kunst niet populair. Het is daarom uitzonderlijk dat Polak juist deze kunst ging verzamelen. Haar collectie laat daarmee de kunst zien die vaak buiten de canon van de kunstgeschiedenis is gevallen.
In het museum wordt de collectie van Polak tweedelig tentoongesteld: je maakt kennis met Polak en daarna wordt er ingezoomd op de kunstenaar. In de eerste zaal krijg je uitgebreid te lezen wie Polak is, wat haar bezig hield en het belangrijkste: hoe haar collectie en het tentoonstellen ervan vorm heeft gekregen. Hiervan is uiteraard het ‘eindresultaat’ te bewonderen in het museum. Polak zou ook wel als een Zutphense Helene Kröller-Müller kunnen worden gezien. Net als Kröller-Müller kocht Polak vooral kunst aan die haar interesseerde. Interessant is dat Kröller-Müller en Polak bijna tijdgenoten kunnen worden genoemd, Polak leefde een paar decennia later dan Kröller-Müller. Hoewel hun verzamelingen van elkaar verschillen, is hun nalatenschap van onschatbare waarde voor onze huidige kennis over de kunst van die tijd. 
Polak’s kerncollectie bestaat uit werken van Nederlandse kunstenaars. Daarmee krijgt de bezoeker een goed en vernieuwend inzicht in de Nederlandse kunst die minder bekend was in die tijd, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Karel Appel. Een voorbeeld hiervan is haar Groningse vriend Joop Sjollema (bijv. ‘Klein Kwartet’, 1973). Hij heeft haar ondersteunt in het vormen van de collectie en later in het opzetten van het museum. Andere kunstenaars uit haar collectie zijn bijvoorbeeld Herman Berserik, Arie Kater, Constant Nieuwenhuijs en Charlotte Pallandt.
Drie zalen verder begint ‘deel twee’. Hier wordt ingezoomd op de ‘klassiek’ moderne kunstenaars die haar collectie en dus het museum vormen. Te zien zijn veel schetsen, etsen en aquarellen. Fascinerend is de hoeveelheid onbekende namen die hier een platform krijgen. Als kunsthistorici verbaasden wij ons over de kwaliteit, want waarom is dit eigenlijk niet in de canon van de Nederlandse kunst opgenomen? De collectie geeft een inkijkje in al het moois dat buiten de trends van de kunstwereld wordt gemaakt door kunstenaars.
Als we dan toch kritisch moeten zijn, kunnen we zeggen dat er niet echt een duidelijke zichtbare opstelling is. Behalve dat er uitgebreid wordt ingegaan op Polak en het type kunstenaar uit haar collectie, wordt er geen verdere toelichting gegeven. Daardoor mist de bezoeker soms een leidraad. Wel is haar collectie op een fijne manier te bewonderen: lichte muren en meestal met voldoende afstand van elkaar om elk kunstwerk individueel te kunnen bewonderen. Polak’s collectie laat je zien dat ‘moderne kunst’ ook toegankelijk kan zijn.
Het Stedelijk Museum Zutphen laat je op chronologische volgorde kennismaken met het cultuurhistorische verhaal van Zutphen en het omliggende Gelderse gebied. Het neemt je mee vanuit de prehistorie in de kelder naar de modernere tijden op de begane grond met informatieve teksten naast allerlei voorwerpen. Te zien zijn opgravingen van prehistorische botten en aardewerken tot aan kledingstukken, meubilair, portretten en andere snuisterijen uit modernere tijden. Houd je van historie, dan kun je hier je hart ophalen. Zowel het Museum Henriette Polak als het Stedelijk Museum Zutphen hebben wisseltentoonstellingen. Een voorbeeld hiervan is ‘Tales of Freedom’.

Verhalen van vrijheid/Tales of freedom 
18 juli 2020 t/m 22 november 2020

Het Stedelijk Museum Zutphen laat de geschiedenis van de oude Hanzestad zien, vanaf het stenen tijdperk tot het heden. En wat voor een heden, want hun tijdelijke foto- en kunsttentoonstelling ‘Tales of freedom’ is zeker in tijden van vrijheidsbeperkingen door corona en de viering van 75 jaar vrijheid relevanter dan ooit. Het is een ode aan de verdraagzaamheid en hulpvaardigheid van het kleine stadje Zutphen, want de tentoonstelling biedt een platform voor al het moois dat naar Nederland is gekomen. Kunstenaars laten met hun werk zien dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Na een kort overzicht van de aanleiding van deze tentoonstelling, het feit dat Nederland en Zutphen 75 jaar geleden bevrijd zijn, worden we geconfronteerd met mensen die jarenlang onderdrukt werden en hun viering van hun bevrijding. Vrijheid heeft vele lagen en betekenissen, het bestaat niet alleen uit ‘oorlog en bevrijding’. Vrijheid wordt persoonlijk en individueel, maar dit versterkt ook haar universele waarde. De vrijheid van een transgender, bij wie eindelijk zijn borsten verwijderd zijn, is voelbaar. ‘Ik krijg er kippenvel van’, zegt Lieke terecht. Marvel Harris kijkt je aan en je voelt zijn pijn en zijn blijdschap op het moment dat hij eindelijk is wat hij zo verlangde, een man.
De foto’s van de Papoese Ignacius Dicky Takndare, kunstenaar uit Indonesië maken je bewust van dat vrijheid niet vanzelfsprekend is en dat dit nog steeds in talrijke landen geen gegeven is. Het werk van Mies Olthuis laat je stilstaan bij het nieuws van alledag. Dagelijks zien wij verminkte lichamen, mensen die sterven en politici die worstelen met zware beslissingen. Soms iconische beelden, zoals Merkel die haar handen achter haar rug in elkaar gevouwen heeft, dreigen in de nieuwsstroom verloren te gaan. Daarom is het werk van Olthuis, gebaseerd op nieuws van de krant NRC zo belangrijk. De bezoeker wordt even stilgezet en tot nadenken aangezet. Helaas nemen veel bezoekers die tijd tegenwoordig niet meer, zo merkten wij beiden op. Veel bezoekers kwamen vooral voor de kunsttentoonstellingen in het Museum Henriette Polak. Zonde, want daardoor misten ze de kracht van de werken binnen ‘Tales of freedom’ en de verhalen die je zowel aan het denken zetten als hoop geven. Hoop gaven ons ook de foto’s van het Buddy to Buddy project, vooral omdat het liet zien dat er nog steeds mensen zijn die zich inzetten voor solidariteit en medemenselijkheid. Maar de foto’s schudden je ook wakker, want mensen vluchten niet ‘zomaar’. 
De tentoonstelling is de moeite waard om de tijd voor te nemen. Het begint met de Tweede Wereldoorlog en maakt daarna een sprong naar de tegenwoordige tijd, waardoor het toegankelijkheid voor  vele generaties biedt. De zaalteksten zijn lang, net zoals in beide musea. Toch raken ze je als bezoeker in combinatie met de krachtige foto’s en kunstwerken wel. Het laat je de onderdrukking en vrijheid van bevolkingsgroepen zien en soms wordt het zoals bij Harris erg persoonlijk. Het zet je aan het denken over het leven van ‘nu’. 

Aanbeveling(en) 

Zijn de twee musea de moeite waard om te bezoeken? Als het aan ons ligt wel. Het is door de combinatie van historie, cultuur en kunst namelijk aantrekkelijk voor velen. Daarnaast hebben beide musea interessante wisseltentoonstellingen die zeker in de gaten moeten worden gehouden. De tentoonstelling ‘Tales of Freedom’ en de helaas al afgelopen tentoonstelling van fotografe Judith Minks maken duidelijk dat Musea Zutphen niet afdoen aan de grotere musea in Nederland. Wellicht omdat het geen ‘blockbusters’ zijn zoals in de grote musea, biedt het je als bezoeker de kans om de kunst en fotografie in de tentoonstellingen echt tot je te laten doordringen en er van te genieten.


Locatie: Zutphen.

Bereikbaarheid: auto, (NS-)fiets en trein.

Enkel kaartje: €9,-.

Combi-ticket Museum Henriette Polak + Stedelijk Museum: €15,-.

Museumjaarkaart geldig: ja. 

Rembrandtkaart geldig: ja. 

ICOM kaart geldig: ja.