Midden in het Gelderse dorpje Gorssel ligt een museale schat verborgen. Grote kans dat je er al eens van gehoord hebt. Museum MORE heeft al redelijk wat naamsbekendheid verworven en is zeker een bezoekje waard. Het museum is gevestigd in het voormalige gemeentehuis, waaraan een modern gedeelte is toegevoegd.
De tentoongestelde collectie is een combinatie van langdurige bruiklenen en de collectie van het echtpaar Melchers. De naam van het museum is een hint naar het type kunstwerken die in het museum te zien zijn: modern realisme. De focus ligt hier op het twintigste- en eenentwintigste eeuwse realisme van Nederlandse bodem.
Museum MORE is een schat voor iedereen die van kunst houdt. Ook voor degenen die bij de term ‘moderne kunst’ het liefst weglopen. Moderne kunst wordt veelal geassocieerd met onbegrijpelijk, iets wat nietszeggend is in eerste oogopslag. MORE biedt  een instap voor de ‘beginner’: de onderwerpen die de modern realisten afbeelden zijn veelal alledaagse voorwerpen, portretten en (stads)landschappen. Nu kun je je afvragen wat hier zo bijzonder aan is en waarom het museum zich hier volledig aan heeft gewijd. Alledaagse voorwerpen werden in de zeventiende eeuw al afgebeeld door bijvoorbeeld Vermeer in de vorm van vanitas schilderijen. Portretten, waarheidsgetrouw of niet, werden ook al eeuwenlang geschilderd door kunstenaars, zoals Vincent van Gogh. Daarnaast zijn landschappen door de eeuwen heen ook niet onbekend. Tot slot is de term ‘realisme’ al eerder in de negentiende eeuw gebruikt door Gustave Courbet zelf en daarna door kunsthistorici om onder andere Courbet’s oeuvre te duiden. Toch lijken de modern realisten het anders te doen. Ze hebben zich weten te onderscheiden van de kunstenaars die hen door de eeuwen heen voor zijn gegaan. Hoe zij dit anders doen en hoe museum MORE hier richting aan geeft zullen wij hieronder gaan vertellen.

Vaste collectie

De collectie van museum MORE bestaat  uit werken van Nederlandse kunstenaars uit de twintigste- en eenentwintigste eeuw. Voorbeelden hiervan zijn Carel Willink, Charley Toorop, Jan Mankes, Wim Schumacher en Pyke Koch. Iedereen wordt toch nieuwsgierig van de tentoongestelde werken van deze kunstenaars? Van de magische landschappen van Willink, tot de doordringende blikken van Pyke Kochs en Charley Toorops portretten. En zelfs de tentoongestelde stillevens laten je stilstaan en betoverd of verontrust voelen. 
Wat ons opviel is dat de manier van het tentoonstellen van de vaste collectie weloverwogen is. Er is gekozen voor de bekende ‘white cube’ manier van opstellen, die zijn intrede deed in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, namelijk: ruime afstand tussen de kunstwerken en witte muren. Hierdoor kun je als toeschouwer elk werk individueel goed bekijken en komen de kleuren goed tot hun recht. Soms is er wel voor gekozen om schilderijen op een gekleurde muur te hangen. Hoewel dit de aandacht zeker naar de werken toe trekt, kan dit er ook voor zorgen dat de kleuren in het schilderij overlopen in de kleur van de muur.
Een andere keuze die het museum heeft gemaakt is het gebruiken van thema’s, zoals portretten en landschappen. Kunstwerken die overlap hebben in wat afgebeeld wordt, zijn bij elkaar gehangen in een deel van de desbetreffende zalen. De thema’s worden duidelijk van elkaar gescheiden door wanden. Om de bezoeker te prikkelen heeft het museum een slimme zet gemaakt. Elk thema wordt ingeleid door een korte en bondige tekst. Hier wordt het thema zonder te veel vakjargon uiteengezet en worden kunstenaars aan het thema en aan elkaar gekoppeld. Daarnaast worden in de tekst wat opvallende elementen genoemd. Dit maakt ons als lezer nieuwsgierig. Zien wij de samenhang van de werken en kunstenaars ook? Vallen ons diezelfde elementen op die in de tekst gesuggereerd worden? Ja, wij vinden van wel. In eerste instantie waren we bang dat je te veel gestuurd zou worden. Het leuke van kunst vinden wij immers de discussie die het voortbrengt. Maar als je de tekst leest, wordt duidelijk dat het een kijkrichting geeft, in plaats van dat een duidelijk standpunt gegeven wordt.
De manier waarop het museum de kunstwerken tentoonstelt, zorgt voor nieuwsgierigheid naar het alledaagse. Het landschap is bijvoorbeeld opeens niet meer een landschap dat heel erg realistisch afgebeeld wordt. Het wekt emoties op en laat je vragen stellen over het kunstwerk: wil de kunstenaar alleen maar iets laten zien of is er een heel verhaal omheen bedacht? Een goed voorbeeld hiervan is ‘De zeppelin’ (1933) van Carel Willink. In eerste instantie kun je denken dat de afgebeelde mannen alleen maar met hun hoed zwaaien naar de zeppelin. Maar het kleurenpallet is koel, waardoor het stadslandschap opeens een hele andere sfeer krijgt. Er liggen plassen op straat en we zien alleen de ruggen van de mannen. Waarom? En naar wie en waarom zwaaien ze precies?
Realistisch wil niet zeggen dat de werken ‘waarheidsgetrouw’ zijn of alleen maar de werkelijkheid laten zien. Want de werkelijkheid is soms ver te zoeken. Sommige schilderijen zijn vervreemdend, zoals die van Willink, of lijken een weerspiegeling te zijn van een andere wereld. Anderen schrikken af en laten je griezelen. De zelfportretten van een en dezelfde schilder, de Vaassense Philip Akkerman, zorgen voor verwondering: waarom zou iemand zichzelf zijn leven lang op zoveel mogelijk manieren schilderen?  Alle werken laten je op een andere manier kijken.

Jan & Jan*
Jan Beutener | After all (19 januari 2020 t/m 20 september 2020)
Jan Mankes | De werkelijkheid niet (10 april 2020 t/m 25 oktober 2020)

Wie je ook op een andere manier laat kijken is de in Maarssen geboren Jan Beutener (1982), die het ‘dagelijkse leven’ schildert. Hij laat je in zijn oeuvre op een andere manier kijken omdat zijn werken raadselachtig zijn, met name doordat de mens in het dagelijkse tafereel ontbreekt. Beeldt hij wel iemand af, kijken we tegen de rug aan van  een liggend naakt. Hierbij als toppunt: een schilderij met een mondkapje, van voor de coronacrisis. 
Beutener laat de kant van het realisme zien die vaker voorkomt in het museum. Het is een vorm van realisme dat eerder vervreemding dan herkenning oproept. Het is prikkelend en nodigt uit tot het stellen van vragen. Op veel van zijn werken lijkt het alsof er net iets gebeurt is, alsof er iemand geweest is of je de rug toe heeft gekeerd. Wij bleven maar vragen stellen en verhalen bedenken rondom zijn werken. Iets wat moderne (realistische?) kunst zo leuk maakt.
Heel anders is de tentoonstelling van de Meppelse Jan Mankes (1889-1920). Mankes’ realisme is veel directer, ‘what you see is what you get’. Zijn werken zijn klein en in een klassieke stijl geschilderd. Dit wil zeggen: het onderwerp is veelal gecentreerd afgebeeld en het laat weinig aan de verbeelding over. Ze verbeelden planten, dieren en mensen en zijn stuk voor stuk een esthetisch genot, die sommige kunstkijkers betovert. Dit gevoel wordt onder andere bekrachtigd door zijn dromerige verfpalet, zachte verftoets en het verstilde gevoel dat het oproept.
Mankes’ tentoonstelling is een voorbeeld van de aandacht die het museum besteedt aan Nederlandse kunstenaars die ook uit het oosten van het land komen. Museum MORE bezit een rijke collectie en wisselt regelmatig in het tentoonstellen van hun vaste collectie en tijdelijke tentoonstellingen. Net als Mankes komen enkele kunstenaars uit de regio en daarmee laat het museum zien wat voor moois er niet alleen in de Randstad te vinden is.

Aanbeveling(en)

Is het museum een tripje naar het oosten van het land waard? Absoluut. Zowel voor de geoefende als de beginnende kunstliefhebber is de collectie van museum MORE te Gorssel een plezier voor het oog. Door het realisme met een knipoog heeft het voor ieder wat wils. Het museum heeft daarnaast een opstelling die voor iedereen begrijpelijk is en geeft informatie zonder wolligheid en drama. Het nodigt je uit om zelfs de werken waarvan jij dacht dat het een ‘simpel stilleven’ was nauwkeurig te bekijken en prikkelt je om erover te discussiëren. Het ‘realistische’ speelt met je fantasie en roept emoties op. Dat is precies wat kunst zo mooi maakt en wat museum MORE zo’n parel in het oosten maakt. 
Museum MORE heeft een tweede locatie in het dorp Ruurlo en is goed te combineren met de locatie in Gorssel. De dependance van museum MORE is volledig gewijd aan werken uit het oeuvre van Carel Willink. Leuke persoonlijke tip: Carel Willink is geboren in het jaar 1900 en signeert zijn werken met naam en jaartal. Hierdoor kun je goed zien hoe zijn oeuvre zich in de loop der jaren ontwikkeld heeft.


Locatie: Gorssel.

Bereikbaarheid: auto, (NS-)fiets en bus.

Museumjaarkaart geldig: ja (plus € 3,-). 

Rembrandtkaart geldig: nee (losse ticket € 18,50 en combi-ticket met locatie Ruurlo € 26,-). 

ICOM kaart geldig: ja (geen extra kosten).

* Wij zijn ons ervan bewust dat de tentoonstelling al voorbij kan zijn op het moment dat je dit leest. Wij wilden je desondanks toch graag enthousiast maken voor hun oeuvre voor als je hun werk een keer tegen gaat komen.